DOEKA

 

 

Doeka: Columns en korte verhalen
Alle menselijke schittering is van glas

Mensen kunnen er wat van! Met glansrijke carrières doorstoten naar de top: geniale boeken schrijven, toernooi na toernooi winnen, avond na avond op de t.v. verschijnen of miljoenen verdienen met één film. Hun woorden en daden zijn vereeuwigd tot roem, ze zijn tot sterren gemaakt. En dan op eens komt de mislukking, de ontluistering, de ontmaskering.

Als de misbruikschandalen in de kerk, de verslavingsproblematiek van voetballers en cabaretiers of de schokkend amorele graaiers in de bankwereld mij iets leren, is het dit: alle menselijke schittering is van glas.

...
Het verborgen plein

Ergens in een villawijk aan de rand van Nijmegen ligt een groot plein. Een van de breedste doodlopende wegen van de stad komt erop uit en vanaf het plein is verder geen andere ontsnapping dan een klein, onverhard weggetje dat leidt naar een voor auto's ontoegankelijk pad. Aan het plein grenzen hooguit drie, vier grote villa's en de paar keren dat ik er droomweg struinend op uitkom, staan er niet meer dan een handvol auto's.

De omgeving is bosrijk en als ik van het pad op het plein terecht kom, stap ik in een oase van licht. Vanaf de kant van de brede straat ga ik eerst een stukje omhoog – het plein ligt op een heuvel - en als voetganger komt het geen moment in me op om over de stoep te lopen: ik stap onbekommerd over de weg.

...

Ik heb een hut in de bossen van Nijmegen. Het is een caravan op een natuurcamping, waar het bijna altijd rustig is. Je hebt er een eigen stuk bos, hoort nooit een radio en het ligt op een heerlijk uur lopen van de stad. Vooral in de vroege ochtend- en late avondschemering is die wandeling een klein mirakel.

Als ik ’s avonds de stad verlaat, floepen overal de lichten aan terwijl ik via een buitenwijk vol prachtige villa’s de natuur tegemoet ga waar het donker nog komen kan. Op een onverlichte holle weg met aan de ene kant hoge oude bomen en aan de andere kant de grens van een mysterieus oud landgoed, draai ik me om naar de laatste straatverlichting van de stad, die vanuit de kom van de weg nog te zien is, vaag, ver weg. Dichtbij hoor ik het grom snuiven en lurken van een naderende troep zwijnen, brullend passeren ze in het pikkedonker achter het hek van het landgoed.

...