DOEKA

 

 

Doeka: Columns en korte verhalen

Ik heb een hut in de bossen van Nijmegen. Het is een caravan op een natuurcamping, waar het bijna altijd rustig is. Je hebt er een eigen stuk bos, hoort nooit een radio en het ligt op een heerlijk uur lopen van de stad. Vooral in de vroege ochtend- en late avondschemering is die wandeling een klein mirakel.

Als ik ’s avonds de stad verlaat, floepen overal de lichten aan terwijl ik via een buitenwijk vol prachtige villa’s de natuur tegemoet ga waar het donker nog komen kan. Op een onverlichte holle weg met aan de ene kant hoge oude bomen en aan de andere kant de grens van een mysterieus oud landgoed, draai ik me om naar de laatste straatverlichting van de stad, die vanuit de kom van de weg nog te zien is, vaag, ver weg. Dichtbij hoor ik het grom snuiven en lurken van een naderende troep zwijnen, brullend passeren ze in het pikkedonker achter het hek van het landgoed.

...

Winnen: wie wil het niet? Ik zie de spieren van vastberadenheid in Kuyt, zijn gepassioneerde inzet, zijn uitbarstingen en ontladingen. Hij roept het tegen ons allemaal, schreeuwt het in de camera, bijna vaderlijk: "WIJ-GEVEN-NOOIT-OP". 

Ik denk de afgelopen dagen vaak aan Kuyt en mijn eigen kriebelende nieuwsgierigheid naar het Oranje spel. Uit de teamspirit en het niet aflatende doorzettingsvermogen, uit het ondanks-de-pijn-ervoor-gaan, spreekt een liefde die me ontroert. Ik wil dat ze winnen en ik vind ook dat ze het verdienen. Ze hebben de juiste mentaliteit. Een winnaarsmentaliteit. 

...
Heb je dit wel eens gedaan?

Op een lang gerekt fietspad aan de rand van een groot landgoed in Dordrecht. In de verte het geraas van een snelweg, dichtbij het geluid van de wind en de vogels. Ik fiets langs een oudere man die zijn scootmobiel aan de kant heeft gezet en op een groot papier aan het schrijven is. Boeken met tekeningen staan als koopwaar tegen zijn mobiel opgesteld. Ik stop, draai me om, stap af.

Hij blijkt een gedicht aan het maken. Ik kreeg de inspiratie maar had geen papier, toen keerde ik mijn tekening en dacht: hier. Hij zingzegt zijn woorden, rustig, nauwkeurig tastend naar taal. Ik voel dat hij nog steeds in de sfeer van zijn gedicht hangt. Ik hoef nauwelijks een vraag te stellen, hij praat en het lijkt alsof hij zich niet tot mij richt, maar tot de ruimte om ons heen.

...