DOEKA

 

 

Doeka: Columns en korte verhalen

Zo opent zich mijn schrijversoog: een blik gericht voorbij het vormelijke naar de ijle levensenergie eronder, zonder onderscheid dier-mens-ding: alle dragen de tijd en het verval, de genadevolle ontbinding van het al, totdat het lot weer nieuwe vormen kneedt.

Ik adem heel mijn tijdelijkheid tot een kort moment van grootsheid als we tussen varens en struiken luisteren naar een boswachter rondom het kadaver van een ree. Zelfs in het felle schijnsel van de lamp ligt het dier met rank lijf en bruine vacht gracieus: liefdevolle preek over de vergankelijkheid in een donker bos.  

...

Ik ben er weer
zonder tijd of datum
alles ruist of rimpelt.

Uit de glijstroom van de toekomst gestapt
naar de dingen,
ze hebben geen idee.

...

Mijn zijn is als een grote lamp
ik loop naar alles in het licht,
maar telkens als ik bij het schijnsel ben
heeft mijn verlangen iets nieuws geprojecteerd

Ik lijd schipbreuk op de tijd
ben zat in het vooronder van het bekende
vluchteling van het voorbijgaande
dat me elk moment ontsnapt

...