DOEKA

 

 

Columns

Zo opent zich mijn schrijversoog: een blik gericht voorbij het vormelijke naar de ijle levensenergie eronder, zonder onderscheid dier-mens-ding: alle dragen de tijd en het verval, de genadevolle ontbinding van het al, totdat het lot weer nieuwe vormen kneedt.

Ik adem heel mijn tijdelijkheid tot een kort moment van grootsheid als we tussen varens en struiken luisteren naar een boswachter rondom het kadaver van een ree. Zelfs in het felle schijnsel van de lamp ligt het dier met rank lijf en bruine vacht gracieus: liefdevolle preek over de vergankelijkheid in een donker bos.  

...

Ik ben er weer
zonder tijd of datum
alles ruist of rimpelt.

Uit de glijstroom van de toekomst gestapt
naar de dingen,
ze hebben geen idee.

...
Tussen de snelheid: het leven!

Zo roetsjt de tijd: de dingen die ik moet doen, de handelingen te verrichten. Als een pijl baant de dag zich door mijn leven en ik vlieg er achteraan. Naar wat, naar waar?

Ruimte: in de verte tegen de heuvel loopt een vrouw in rode jurk over een smal pad tussen een kaal akker en een vers groen veld. Ik kijk naar haar stevige pas en witte haar, afgespleten van mijn wereld. De dingen die ik moet doen, de handelingen te verrichten.

...